Langzaam

‘Eitjes eruit, vakantiestemming erin!’, dat moet wel een beetje ons motto geweest zijn toen we op de helft van onze ICSI-behandeling belandden.  Nog geen drie uur na de punctie zat ik, nog half gedrogeerd van de propofol, naast Gergö in de auto op weg naar ‘een contactpersoon’.

Meestal is zoiets het begin van een slechte horrorfilm, maar in dit geval was het gewoon een verrassingsweekend dat Gergö voor ons had georganiseerd. De contactpersoon bleken er twee te zijn. Ze reden meer dan twintig minuten voor ons uit over een grindpad zo smal en steil de berg op dat ik alvast mijn coördinaten doorstuurde naar wat vriendinnen en regelde welke muziek ik op mijn begrafenis wilde, maar toen we op de berg arriveerden en de eerste koe zijn kop door mijn open autoraam stak, verdwenen alle horrorfilmzorgen als sneeuw voor de zon.  Ik was in een Heidi-droom gearriveerd: een berghut op meer dan zeventienhonderd meter hoogte, het hele weekend helemaal voor ons alleen.

Een weekend lang hielden we ons alleen met de meest basale taken bezig. Warm prakje eten? Dan eerst hout hakken en vuur maken. Warm douchen? Eerst een uur flink stoken in de badkamer om daarna het wandelzweet van je lijf te kunnen spoelen. Vervolgens zorgen dat het vuur aanblijft, zodat je na het koken ook nog kunt afwassen en je kleren kunt uitspoelen in een sopje, om die vervolgens weer boven het vuur te hangen. We deden niets en tegelijkertijd een heleboel.

Er was geen wifi en geen 4G, alleen een stel koeien met rinkelende bellen, af en toe voorbijkomende wandelaars en wat boeren die we niet tot nauwelijks kunnen verstaan.
 Het was heerlijk om niets te kunnen en niets te hoeven. Als er een optie is dan wil ik het doen. Dan móet ik het proberen, want ik heb een haast onbedwingbare drang naar avontuur. Hier werd ik helemaal stilgezet.

De peuter vermaakte zich ondertussen met de simpelste dingen. Bakjes water voor de koeien neerzetten, bieslook plukken en opeten, het huis en het terrasje vegen met de strobezem en helpen met hout in een mand stoppen.
Maar: als ik zo bij mezelf na ga, is ze eigenlijk altijd wel zo.
Kinderen zijn veel meer ‘aanwezig’ en in het moment dan wij volwassenen. Wij moeten eerst naar een blokhut boven op een berg, ver buiten de bewoonde wereld verkassen om echt te kunnen onthaasten. Naja, ik dan… misschien ben jij wel heel goed in onthaasten in je achtertuin?

Nu zou ik niet willen dat ik altijd een uur moet stoken voor ik kan douchen, of een uur moet wachten op een kopje thee, maar ik realiseer me nu wel wat een enorm verschil het is met vroeger dat we met één draai aan de knop warm water uit de kraan kunnen halen en met één druk op de knop de kookplaat aan kunnen zetten. 

Je zou juist denken dat we tijd overhouden doordat alles sneller gaat, maar juist het langzame leven geeft je meer tijd. Kwaliteits-tijd! Want waar is in al die snelheid de aandacht? Waar is gewoon ‘zijn’ in het moment? 
We zijn niet persé beter af met het gemak en de snelheid die ons leven heeft gekregen.

De thee smaakt gewoon lekkerder als je erop hebt moeten wachten, ervoor hebt moeten werken.
Het leven proef je gewoon beter als het langzamer gaat.

Eén antwoord op “Langzaam”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *