Lachen en knikken

‘Zorg dat je het hekje dichthoudt, anders staat er zo een koe in de kamer,’ wordt ons door de eigenaren van de berghut op het hart gedrukt als ze ons alles over ons onderkomen voor het weekend uitleggen.
We knikken braaf, leren nog even hoe de kachels werken en zwaaien dan onze gastheer en -vrouw uit die weer in de auto stappen voor de lange weg de berg af.
 
Al gauw steken er twee koppen over het hek, niet van de koeien, maar van twee boeren die nog nieuwsgieriger blijken dan hun dieren.
Er wordt ons iets toegeroepen, drie woorden zijn het maar, maar we verstaan er niks van. Gergö en ik kijken elkaar vertwijfeld aan. Met Bayerisch redden we ons inmiddels wel, maar dit…?
‘Gewoon vriendelijk kijken,’ sis ik vanuit mijn mondhoek. We grijnzen allebei ongemakkelijk en proberen zo vriendelijk en geïnteresseerd mogelijk te knikken. Een vreemde blik. Nog een keer die drie woorden.
Ik voel lichte paniek opkomen, tot een van de twee besluit het in het meest nette Duits wat ze kent langzaam uit te spreken: ‘Waar komen jullie vandaan?’

Opluchting. Die vraag kan ik beantwoorden. ‘We zijn Nederlanders uit München!’ roepen we.
Een goedkeurend knikje. We zijn blijkbaar geslaagd voor de test.
Ze vertellen ons nog het een en ander en wij proberen onze gezichtsuitdrukkingen en aha’s en ‘oh!’s te laten passen bij wat er volgens ons gezegd wordt. Een soort Russische spraak-roulette waarbij je zomaar af kunt zijn.
Volgens mij geeft de vrouw aan dat we in de stal mogen kijken als we dat willen, maar het kan ook zijn dat ze iets over het weer van de afgelopen week vertelt. Ik meen te begrijpen dat ze gek zijn op trampolinespringen, maar ergens lijkt me dat aan hun leeftijd en postuur te zien ook weer onwaarschijnlijk. Ze zijn super super vriendelijk, maar het aantal benodigde hersencellen om het gesprek te volgen is zo groot dat Gergö en ik, als ze een paar minuten later weer vertrekken, met klutsende oksels en zweet op het voorhoofd achterblijven.

We kijken het tweetal na.
‘Ik hoop niet dat ze ons hebben uitgenodigd voor de maaltijd, ofzo, en dat we dan niet op komen dagen,’ zeg ik met opgetrokken wenkbrauwen, terwijl we het tweetal nakijken.
‘Ja… en dat ze dan bijvoorbeeld een heel varken aan het spit voor ons braden,’ doet Gergö er een schepje bovenop.
We wisselen een blik uit. 

Rond etenstijd verstoppen we ons voor de zekerheid maar even achter een dichte deur in ons hutje. De bonen uit blik smaken ons die avond extra lekker. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *