Limbo.

De dutjeslimbo. Ik had het al beloofd: ik zou hier nog even wat woorden over schrijven. Eigenlijk wilde ik het op Instagram plaatsen omdat het daar beter past, maar er kwam ineens een soort spraakdiarree naar buiten die daar qua woordenaantal niet paste.  

Bij iedere overgang naar minder dutjes, hadden we altijd wel een paar weken wat hobbels, maar de hobbel van een middagslaapje naar geen slaapje is toch wel ongeveer zo groot als de Mount Everest opgestapeld op de Kilimanjaro. Ook toen ons guppie van twee naar één dutje ging, hadden we een tijdje dat ze (voor haar doen) relatief laat ging slapen: rond een uur of 21u. Dat vond ik toen héél laat, nu noem ik dat een reden om de champagne uit de kast te trekken. 

Het is als volgt: 
Doet ze een dutje, al is het maar twintig minuten om 12.00 u. ’s middags, slaapt ze ’s avonds pas tegen 22.30 u. Opzich niet erg, we doen samen als gezin vaak leuke dingen in die avonduurtjes en ze slaapt dan tot ongeveer 8 uur ’s ochtends, wat prima is, maar als nachtslaap is het voor haar te kort. Nachtslaap is natuurlijk ook gewoon echt van een andere kwaliteit dan een middagdutje. Dit betekent dat ze de volgende dag super chagrijnig is en het niet volhoudt zonder middagslaapje, en hups zo zit je in een vicieuze cirkel. 

‘Nou, dan laat je haar gewoon geen dutje doen,’ is het advies van mensen die denken dat je de allermeest voor de hand liggende oplossing niet allang zelf hebt uitgeprobeerd. Het dingetje is: als ze niet slaapt, is ze ’s avonds om half 8 onderzeil, maar dan is er ’s nachts vaak gigantisch gespook (twee uur wakker midden in de nacht, dat soort dingen die we normaal nooit hebben) en gaat het met het humeur snel bergafwaarts en na twee of drie dagen valt ze dan sowieso ’s middags gewoon in slaap.

Limbo, dus. En die limbo duurt al máánden. 

Het gekke is: als ik rondvraag, loopt bijna iedere peuterouder hier in meer of mindere mate tegenaan (tenzij je ze gewoon gedwongen op bed legt om 19u en ze het daar zelf uit laat zoeken, maar dat tel ik niet als ‘mijn kind ligt er netjes om 19u in) Ook hier in ons dorp, waar een groot deel van onze mede-peuterouders niet persé met natuurlijk ouderschap heeft, loopt tegen deze hobbel aan. 
Zelfs mijn oma weet zich dit fenomeen nog te herinneren, nou… dat zegt wel wat. 

Dus ja, wat doe je dan? 

Je roeit met de riemen die je hebt. Met een hele grote thermo koffie in je roeiboot. 
Soms zijn er een paar dagen dat we denken: yes! Ze is er vanaf! Ligt ze lekker op tijd op bed, hebben wij de avond voor onszelf en slaapt ze heel oké. En dan ineens slaat de kano weer om en proberen we wanhopig wat restjes geduld en waardigheid uit het water te vissen, terwijl we onszelf op het droge proberen te krijgen. 

Als ouder heb je de verantwoordelijkheid om kinderen op de vlakken waar zij persoonlijk hulp bij nodig hebben te helpen. Ruimte te creëren. Dat is precies wat we doen, en dat gaat prima. 
Waar de één op een bepaald vlak met een elektrische fiets over een asfaltpaadje sjeest, voelt het voor jou misschien alsof je je met een driewieler met je knieën tegen je neus aan over een mul zandpad vol kuilen rijdt. 

En dat is oké. Meer is er soms gewoon niet te zeggen. 

Fossiel.

Soms heb je het gevoel dat je niets veranderd bent en dan zie je ineens een foto op een mok van  en spuug je bijna je koffie uit omdat je je realiseert dat je echt een fossiel bent in vergelijking met tien jaar geleden. Soms denk je dat je nog goed aansluit bij jong volwassenen en dan ineens zegt je nichtje van achttien ‘Ja, die kerel was echt al oud. Wel dertig, ofzo.’ 

Opzich is het helemaal niet zo’n lastig begrip, die tijd. Ook onze peuter begint er langzaam een beter idee van te krijgen en noemt alles wat nog gaat gebeuren ‘morgen’ en alles wat geweest is ‘gisteren’.
Tijd is prima te bevatten, tot we het gaan hebben over gevoelde-tijd. Leeftijd, bijvoorbeeld. Dat lijkt te gaan als een elastiekje dat je heeeeeel langzaam naar achteren trekt en dan ineens wegschiet. Als we het over leeftijd hebben, is alles ineens heel dubbel. Ergens voelt het alsof de jaren ons zomaar uit de handen glippen, maar aan de andere kant kom je als mens ook steeds beter tot je recht, omdat je meer tot je eigen kern komt beleef je dingen intensiever.   
Het wordt makkelijker, want je leert kiezen voor wat je echt wilt, maar ook moeilijker, omdat je er steeds meer bagage bijkrijgt. Je krijgt meer dingen om je zorgen om te maken, maar ook meer vaardigheid om met zorgen om te gaan. 

Deze vakantie op het strand van Schiermonnikoog had ik ineens een ‘fossielmoment’. Dat begon met het feit dat bij duinovergang naar ‘ons’ soort van halfverborgen strand, het strand waar eigenlijk alleen de vaste badgasten en locals komen, vol stond met fietsen. Ik denk wel tweehonderd. Driehonderd misschien zelfs wel. Nog nooit in dertig jaar heb ik hier zoveel fietsen zien staan. Misschien deels te wijten aan Corona en het feit dat heel NL in plaats van naar een uitgestorven bos van een miljoen hectare in Duitsland nek aan nek op veerboten naar de Waddeneilanden trok, omdat thuisblijven veiliger is, maar toch: de kindernostalgie die ik in mijn hoofd bij dit strand heb, was dit jaar deels weg. 

Terwijl lifeguards in hun jeep voorbij reden (‘ons’ strand heeft geen voorzieningen, is puur natuur, maar ze patrouilleren soms langs de kust), een boot die vanuit Monaco een beetje verdwaald leek te zijn in de branding dobberde en er zelfs twee jetski’s voorbij kwamen, zag ik in mijn hoofd ineens een soort sepia gekleurde, flikkerende super-8 beelden voor me van hoe wij hier als kinderen in de golven sprongen en er bijna niemand was. 
Broodje zand, badpak half tussen je billen, en een fototoestel met een echt rolletje in je tas. 

Vrijheid, blijheid, vroeger. Toen je nog (grootste attractie van het jaar) in de kar achter de auto mocht staan om naar de garage een paar honderd meter verderop te rijden. (Oké, eigenlijk denk ik niet dat dit ooit mocht, maar snappie?) 
Ineens realiseerde ik mij, heel even maar, dat er stukjes weg zijn, die niet meer terugkomen. En dat er vanaf nu steeds meer van dit soort stukjes bij gaan komen, tot het er zoveel zijn dat ik alleen nog maar daar over kan praten en ik mijn eventuele kleinkinderen eindeloos verveel met verhalen over vroeger. 

Nou goed, nadat de tijd mij even als een golf oppakte en hulpeloos meesleurde, sprong ik overeind en greep het sup-board bij de lurven. Want waar de tijd zich misschien niet laat temmen, bepaalt zolang je gezond bent niemand wat je behoudt en wat er uit je handen glipt en bij ons is iedere dag een avontuur. 

Dus ja, de zomer op het strand was anders. Het bestond uit veel fietsen, veel mensen, jetski’s en een veel te hippe boot. Uit veel emmertjes water halen omdat de peuter bang was voor de zee en onder de parasol haar my little pony’s in bad deed, en uit samen springen en suppen in de branding. Het bestond uit geocachen en leren van prachtige schrijvers. En over ruim een week hangen we als een vogel in een harnas om met de Flying Fox XXL tussen de bergen door te ziplinen. 

Tijd is een zoektocht. Het is snel en langzaam. Soms is het niet meer dan een woord.
Tijd is een gevoel en je gedachten bepalen je gevoel. Dus bepalen je gedachten de tijd? Ik denk het eigenlijk wel.